maandag 17 januari 2011

inburgeringsexamen buitenland 2006-2011

Over het Basisexamen Inburgering
Het Basisexamen Inburgering is formeel het eerste deel van het Inburgeringsexamen zoals dat bestaat volgens de Wet Inburgering. Die wet heeft sinds 2006/2007 voor veel nieuwkomers in Nederland praktische consequenties:
1. Buitenlandse partners van Nederlanders die in Nederland willen komen wonen moeten sinds 15 maart 2006 het Basisexamen Inburgering afleggen en hiervoor slagen. Zij doen dat op de Nederlandse Ambassade in hun land van herkomst. Als zij slagen mogen ze naar Nederland komen.
2. Buitenlanders die in Nederland wonen moeten het Inburgeringsexamen doen en slagen. Dit is een voorwaarde om zelfstandig in Nederland te kunnen blijven wonen. Deze verplichting is van kracht sinds 1 januari 2007.
Dit artikel gaat over het Basisexamen Inburgering. Degenen die hierdoor getroffen zijn, zijn met name huwelijksmigranten vanuit niet-westerse landen. Partners van vluchtelingen zijn vrijgesteld van dit deel van het Inburgeringsexamen.
Het gaat in concreto om ongeveer 10.000 mensen per jaar die in alle vrijheid verliefd zijn geworden op Nederlanders. Zij moeten het examen afleggen op de ambassade. Dat examen was tussen 15 maart 2006 en 1 april 2011 niet erg moeilijk, maar daar komt in 2011 verandering in: het examen wordt moeilijker en uitgebreider. Over deze wijzigingen en over pijnpunten en (bij-)bedoelingen van dit basisexamen inburgering gaat dit artikel.
Het basisexamen inburgering 2006-2011
Als een huwelijksmigrant naar Nederland wil komen, moet hij/zij een examen doen. Het examen wordt afgenomen op een Nederlandse ambassade in het land van herkomst of in het land waar deze huwelijksmigrant officieel woont. Een lijst van de ambassades waar het examen wordt afgenomen vind je op de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Deelname aan het examen kost 350 € per keer.
Het Basisexamen Inburgering bestaat tot 1 april 2011 uit twee toetsen. Op 1 april 2011 komt er een leestoets bij.
1. KNS = Kennis van de Nederlandse Samenleving. Deze toets gaat over 100 vragen. De antwoorden kan iemand uit het hoofd leren. Het komt voor dat kandidaten geen snars begrijpen van de vragen, maar als zij na het horen van de vraag en het bekijken van de bijbehorende foto het goede antwoord kunnen noemen, dan is het goed. Bijvoorbeeld een vraag als: “Waren de VOC schepen voor de visvangst of voor de handel?” Daar hoort een foto bij van een 16deeeuws handelsschip. Maar ja: wat zegt dat ‘woord’ VOC iemand die uit Mali komt? Niets dus … Er zijn ook makkelijke vragen. Zoals een foto van Prins Willem Alexander met de vraag naar hoe de kroonprins heet … De 100 vragen en antwoorden zijn bekend en staan o.a. afgedrukt in het officiële overheidslespakket “Naar Nederland”. Een kandidaat krijgt bij de toets KNS een selectie van 30 vragen. Hij/zij moet er dan 21 goed hebben (70%). De KNS blijft per 1 april ongewijzigd.
2. TGN = Toets Gesproken Nederlands. De Toets Gesproken Nederlands is het tweede deel van het Basisexamen Inburgering. In dit deel wordt gekeken of iemand in normaal tempo gesproken Nederlands kan verstaan en daarop kan reageren. Er worden in deze TGN drie soorten opdrachten getoetst: zinnen nazeggen (“Hij schrijft elke dag een moeilijk artikel”), korte vragen beantwoorden (“Welke kleur heeft een tomaat?”) en tegenstellingen noemen (bv.: “mannelijk”- …..… ) . Om een voldoende te halen voor de TGN moet iemand een bepaald aantal punten scoren – tot 1 april ligt de grens op 16 punten. Er wordt gemeten op een schaal tussen 10-80 punten. Met ingang van 1 april 2011 wordt de grens verlegd van 16 naar 26 punten. De uitslag van het examen wordt voor 75% bepaald door de nazegzinnen. Die 26 punten komen overeen met “Taalniveau A1”. De taalniveaus zijn omschreven in het CEFR (http://taalunieversum.org/onderwijs/nt2-beginnersdoelen/framework)
Informatie over de taalniveaus vind je o.a. op: http://www.coe.int/T/DG4/Linguistic/CADRE_EN.asp
Een kandidaat moet slagen voor beide onderdelen (KNS + TGN). Wie op één onderdeel zakt, moet beide onderdelen overdoen. De uitslag van het Basisexamen Inburgering blijft een jaar geldig. Binnen dat jaar kan men een MVV aanvragen.
3. GBL = Geletterdheid en Begrijpend Lezen. Vanaf 1 april 2011 komt er een schriftelijke toets bij. Het woord schriftelijk is nogal misleidend. Er hoeft namelijk niets geschreven te worden. De extra toets bevat twee leestoetsen:
a. Technisch lezen: iemand leest woorden, zinnen en een paar korte verhaaltjes hardop voor. De spraakcomputer beoordeelt de leessnelheid en de uitspraak. De makers van het examen beweren dat die spraakcomputer ook kan beoordelen (horen) of de teksten die iemand voorleest ook werkelijk begrepen worden. De makers willen dat de spraakcomputer ‘luistert’ en ook beoordeelt op tekstbegrip. Taalkundigen betwijfelen echter of dit mogelijk is. Het is nog niet bekend of deze ‘revolutionaire’ methode wordt ingevoerd.
b. Begrijpend lezen: zo lang de spraakcomputer het tekstbegrip niet beoordeelt (beoordelend op basis van toonhoogte, intonatie, snelheid etc.), zal er naast het hardop voorlezen ook een leestoets zijn ‘op papier’ (kan ook op een computerscherm). Bij een dergelijke toets moet dan een stukje tekst gelezen worden. Achter de tekst staan dan enkele begripsvragen. De kandidaat moet uit verschillende antwoordmogelijkheden kiezen, bijv. ‘waar/niet waar’.

Samengevat: het sinds 15 maart 2006 bestaande Basisexamen Inburgering wordt op 1 april 2011 uitgebreid. De Toets Gesproken Nederlands (TGN)wordt moeilijker gemaakt: men moet dezelfde toets afleggen maar meer dingen ‘goed hebben’. Daarnaast komt er een leestoets bij, de Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen.

Voorbereiden op het Basisexamen Inburgering

Nieuwkomers moeten (kunnen) zich voorbereiden op het Basisexamen Inburgering.
In de eerste plaats is er het officiële overheidspakket “Naar Nederland”. Daarin staat praktische informatie over de procedure rond het examen. Het pakket bevat verder de 100 vragen die gesteld kunnen worden tijdens het onderdeel KNS. Als hulpmiddelen voor het uit het hoofd leren van de antwoorden zitten in het pakket een dvd, een audio-cd en een fotoboek met 100 foto’s. Bij elke foto hoort een vraag. Het antwoord moet (kan) uit het hoofd geleerd worden.
In het pakket “Naar Nederland” zit tot maart 2011 geen lespakket om de kennis van de Nederlandse taal uit te breiden. Vanaf maart 2011 zal de overheid een lespakket verspreiden, waarmee men de Nederlandse taal kan leren tot en met niveau A1. Zo luidt tenminste de officiële lezing op de website waar het materiaal wordt toegelicht. (http://www.naarnederland.nl/documentenservice/pagina.asp?metnaam=naarnederland)
Dit pakket is gemaakt, omdat Europese regelgeving hiertoe min of meer verplicht. Een Europese staat mag de toegankelijkheid voor buitenlandse huwelijkspartners niet onredelijk moeilijk maken. Dus heeft de Nederlandse overheid een lespakket laten maken waarmee mensen in het buitenland Nederlands kunnen leren. Er zitten boeken, cd-roms, audio-cd’s en dvd’s in het pakket. De pretentie van het materiaal is dat hiermee ook analfabeten kunnen leren lezen. Daarna zouden ze dan het examen kunnen doen. Het lespakket is vanaf maart 2011 te koop.
Naast dit officiële overheidspakket bestaat er ook ‘onafhankelijk’ lesmateriaal dat mensen helpt om te slagen voor het Basisexamen Inburgering. Tot op heden bestond er geen officieel lespakket om Nederlands te leren. De Nederlandse overheid heeft de eer in de eerste vijf jaar aan de vrije markt overgelaten. En er is inderdaad materiaal ontwikkeld dat vindbaar is via internet. Er zullen geen cursussen door de Nederlandse overheid worden georganiseerd. De verspreiding van het lespakket zou voldoende moeten zijn, zo redeneert men. Wel zijn er de afgelopen vijf jaar in diverse landen (ook in Nederland) taalscholen ontstaan die mensen speciaal op dit examen voorbereiden. Vaak zijn de ‘docenten’ Nederlanders die in den vreemde verzeild zijn geraakt en hier een boterham mee verdienen. Naar Nederland kunnen de huwelijksmigranten als toerist komen en een cursus volgen. Zij moeten na hun toeristisch verblijf dan weer terug naar hun land van herkomst om daar het examen af te leggen in de Nederlandse ambassade en een MVV aan te vragen. Er is geen toezicht op de deugdelijkheid van cursussen die aan deze mensen gegeven worden.
Zeker nu het examen een stuk moeilijker wordt, zullen alle kandidaten zich beter moeten voorbereiden op de twee taaltoetsen : TGN en de toets GBL. Het is nog de vraag of het lespakket van de overheid afdoende zal zijn. Analfabeten bijvoorbeeld zullen nu eerst moeten leren lezen in hun eigen land. Per definitie kunnen analfabeten immers geen leestoets maken. Het lijkt onwaarschijnlijk dat analfabeten met behulp van een zelfstudiepakket en een computer zonder begeleiding van een deskundig docent zullen kunnen leren lezen.
In de eerste versie van het Basisexamen Inburgering konden analfabeten slagen. De toetsen TGN en KNS worden via een headset afgenomen (koptelefoon + microfoon). Men moet dan reageren op geluid. Vanaf 1 april 2011 zal er geschreven tekst in beeld komen. Die teksten moeten worden (voor-)gelezen.


De gevolgen van de veranderingen Basisexamen Inburgering
Per 1 april 2011 gaat er nogal wat veranderen bij het examen op de ambassade. Het komt erop neer dat het examen een behoorlijk stuk moeilijker wordt.
Met name voor Aziaten, Brazilianen en West-Afrikanen wordt het moeilijk. Vanwege uitspraakmoeilijkheden voor mensen met deze taalachtergrond zullen velen van hen gaan zakken voor het examen. Spaanstaligen en Russen zullen ook getroffen worden, maar zij hebben een betere uitgangspositie vanwege hun taalachtergrond en vanwege een grotere bekendheid met het leren van andere talen.
Tussen 2006 en 2011 lag het zakpercentage op 4 à 5%. In die periode lag de cesuur bij de Toets Gesproken Nederlands bij 16 punten. Die cesuur gaat per 1 april 2011 naar 26 punten. Als de kandidaten dit examen zouden hebben moeten doen met de cesuur op 26 punten dan zou ruim 20% gezakt zijn. Grote aantallen (zeker enkele duizenden huwelijksmigranten) zullen jaarlijks verhinderd worden om naar hun Nederlandse partner te verhuizen. Het betekent het einde van een relatie, of het verhuizen van de Nederlander naar het buitenland.
Niet alleen de moeilijker TGN zal voor veel mensen een onneembare hindernis worden. Ook de Toets GBL, die nieuw is, zal tot gevolg hebben dat mensen worden tegengehouden. Bij een percentage van 4 is de groep zakkers grotendeels “onzichtbaar” gebleven, maar dat zal na april 2011 heel anders worden. De duizenden zakkers en de analfabeten zullen na 1 april snel zichtbaar worden. Er zal ook maatschappelijke beroering gaan ontstaan vanwege de hiermee gepaard gaande relatie-ellende. In veel gevallen gaat het natuurlijk ‘gewoon’ om gezinnen met kleine kinderen …
Positief effect op het eerste gezicht lijkt dat er meer Nederlands geleerd zal gaan worden door mensen die buiten Nederland wonen. Mensen die onze taal een warm hart toedragen zullen hier enthousiast van raken. Vaak zal dat taalonderwijs echter worden gegeven door Nederlanders die zonder opleiding hiervoor een lokaaltje openen in de buurt van de Nederlandse ambassade.
Geheimzinnigheid rond het examen
Bij de verzwaring van het basisexamen inburgering per 1 april 2011 wordt ook de nieuwe Toets GBL ingevoerd. Essentiële dingen vallen onder een stringente geheimhoudingsplicht van makers en andere betrokkenen. Dat is ook vanaf het begin het geval geweest bij de Toets Gesproken Nederlands. Bij de TGN is bijvoorbeeld niet duidelijk hoe de uitslag precies wordt berekend door de spraakcomputer. Die computer luistert naar een kandidaat en geeft punten als iemand iets goed nazegt. Dat klinkt vaag, en zo is het ook.
Ook over de Toets GBL komt mondjesmaat informatie naar buiten. Net als rond de Toets Gesproken Nederlands hangt ook hier een waas van geheimzinnigheid.
Er worden bij de Toets GBL twee dingen gemeten.
Er wordt ‘gemeten’ of je (hardop) kunt lezen: de kandidaat moet woorden, zinnen en korte teksten voorlezen. Dit onderdeel is de ‘geletterdheid’. De geluidsfragmenten worden beoordeeld door dezelfde spraakcomputer als die welke de TGN beoordeelt. Er wordt gescoord op accuratesse, uitspraak en leessnelheid.
Daarnaast wordt bekeken of iemand die een tekst leest deze tekst ook werkelijk begrijpt.
Ook het tekstbegrip zou volgens de makers en bedenkers van de toetsen (CINOP in Den Bosch) kunnen worden beoordeeld door de spraakcomputer. De spraakcomputer kan immers luisteren. De gedachte is nu dat de mate van tekstbegrip kan worden berekend door het meten van zaken als melodie, toonhoogte, leessnelheid en accuratesse. De spraakcomputer is dus een soort ‘leugendetector’. Als je iets voorleest op een verkeerde toon (een vraag voorlezen zónder vraagintonatie om het maar even simpel te houden…), dan ontdekt de computer dat. En dan is het dus fout. Kandidaten uit Aziatische landen zullen veel moeite hebben om de juiste toon te treffen: voor hen is de intonatie van het Nederlands erg moeilijk te begrijpen en dat zal de nodige studie vergen. Als deze methode waarover deskundigen het vast niet met elkaar eens zullen zijn, zou worden ingevoerd als meetmethode voor het begrijpend lezen, dan is dat werkelijk revolutionair.
Tot op heden (en dat gaat al zo sinds Socrates) wordt tekstbegrip van geschreven teksten gemeten met behulp van schriftelijk materiaal. Iemand leest of bestudeert bijvoorbeeld een tekst over de Afrikaanse olifant en de ‘meester’ of de ‘juf’ vraagt daarna of je in de tekst hebt gelezen welke kleur de Afrikaanse olifant heeft. De meester of juf kunnen dat mondeling vragen of het tekstbegrip kan gemeten worden met behulp van op schrift gestelde antwoordmogelijkheden. Vaak worden dan onder de tekst meerdere antwoordmogelijkheden gegeven (multiple choice). Of je moet verklaren of een bepaalde opmerking of stelling op grond van jouw begrip van een tekst ‘waar’ of ‘niet waar’ is …
Het meten van begrip van een opgeschreven tekst met behulp van een controlerende spraakcomputer is spectaculair. De kandidaat leest en de ‘leugendetector’ beslist of hij/zij het hebt begrepen … Het lijkt sciencefiction, maar kennelijk zijn de hippe ontwikkelaars van de Toets GBL al heel erg ver bij met hun uitvinding. Zij zijn ervan overtuigd dat het kan.
Immigranten naar Nederland kunnen dan – mits deze vorm van examinering wordt ingevoerd - als eersten kennismaken met deze manier van meten van tekstbegrip.
Mochten taaldeskundigen deze manier van examinering voorlopig kunnen tegenhouden, dan zal bij de Toets GBL het ene deel (geletterdheid) door de spraakcomputer worden beoordeeld via hardop voorlezen (technisch lezen); het andere deel (begrijpend lezen) zal dan op de traditionele manier worden afgenomen door stilletjes te lezen en stilletjes antwoorden aan te kruisen.
Voorafgaande aan de invoering van de TGN in 2006 is er veel onderzoek verricht. Op basis van dat onderzoek is bepaald dat bij ‘niveau A1-min’ (een kunstmatig en buiten Nederland niet erkend taalniveau – de andere niveaus worden wel Europees erkend) oftewel 16 punten ongeveer 20% zou kunnen zakken.
Politici hebben destijds dit percentage vast en zeker gezien. De onderzoekers en uitvinders van de TGN hebben wel een voorbehoud gemaakt en gesuggereerd dat het percentage lager zou kunnen uitvallen, onder andere vanwege het zelfregulerend effect van het examen: als je denkt te weten dat je gaat zakken ( zoals analfabeten), zul je misschien niet mee willen doen. Het examen kost geld en het is nooit leuk om te zakken. Ook zeiden de onderzoekers dat pas na invoering van het examen (per 15 maart 2006) in de praktijk van alledag zou kunnen worden bekeken waar de cesuur van 16 punten op uit zou draaien. Het draaide uiteindelijk uit op een zakpercentage van 5%. Tussen maart 2006 en nu is ongeveer 5% gezakt voor dit examen.
De cesuur van de toets werkt in feite heel simpel: als je meer of minder mensen wilt laten zakken (en daarmee dus de verblijfsvergunningen (MVV’s) wilt reguleren) dan stel je de knop gewoon een paar puntjes hoger of lager in. Een verhoging naar niveau A1 kan met dezelfde toets, terwijl alleen wat meer puntjes gescoord moeten worden. Een kritisch onderzoek naar dit politieke middel om aan de knoppen te draaien is verschenen in het boek “De Migratiemachine”, geschreven door Willemine Willems.
De ministers Vogelaar en Van der Laan hebben vanwege kritiek op het niveau van de toets onderzoek laten doen naar de mogelijkheid om aan die knop te gaan draaien in de richting van A1. Dat onderzoek is gepubliceerd in 2009 . Hier staat te lezen dat een verhoging van alleen de Toets Gesproken Nederlands naar niveau A1 zal leiden tot een zak-percentage van iets meer dan 20%. De onderzoekers doen die voorspelling op grond van de op dat moment (2009) vanuit de praktijk bekende toetsresultaten. Dus alleen het draaien aan die knop bij de TGN zal leiden tot een enorme toename van het aantal zakkers. Ook dit keer is het waarschijnlijk dat het zelfregulerende effect nog eens zal toeslaan en dat het percentage misschien niet bij die 20% zal komen. Daar staat tegenover dat velen misschien nu zullen denken dat de huidige verzwaring wel niet zo veel zal voorstellen. Die gedachte kan gebaseerd zijn op een eerdere tussentijdse ‘verhoging’, ( in 2008), die niet veel om het lijf heeft gehad. Maar om er nog zekerder van te zijn dat een flinke groep gaat zakken heeft de politiek – tegen het advies van de onderzoekers van TRIARII in- de leestoets toegevoegd. Niet alleen is er aan de knoppen van de TGN gedraaid, er is nóg een toets toegevoegd, de Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen.
Uiteindelijk zal het in ieder geval voor duizenden Nederlanders met een buitenlandse partner consequenties hebben. Hun liefde kunnen zij niet naar Nederland halen. Die groep zal in de komende jaren zeer zichtbaar worden.

Ad Appel
Ik wil naar Nederland ( taalinstituut )
14 januari 2011, Aerdenhout