donderdag 31 januari 2008

inburgeringsexamen buitenland wordt moeilijker

Op 30 januari 2007 was er een overleg in de Tweede Kamer over het examen inburgering buitenland. Gesproken werd over het voorstel om het examen moeilijker te maken. Dat examen wordt sinds 15 maart 2006 verplicht afgelegd op ambassades in veel landen buiten Europa door mensen die als partner of toekomstige partner van een Nederlander naar Nederland willen verhuizen.

Dat examen is inmiddels door ruim 8000 mensen gedaan. In het eerste half jaar dat het examen gedaan werd (maart – oktober 2006) waren er ongeveer 1500 kandidaten aan de beurt geweest, sindsdien is het aantal kennelijk weer wat bijgetrokken. Vóór 2006 waren er grotere aantallen immigranten die met een MVV naar Nederland kwamen. Een onduidelijk aantal immigranten valt nu buiten de cijfers omdat zij via België of Duitsland naar Nederland komen.

Veel politici vinden het examen te makkelijk. Bij invoering is afgesproken dat het niveau A1-min gehaald moest worden door de kandidaat-immigranten. Het niveau A1-min is als het ware een lijntje langs een schaal tussen 10 en 80. Het lijntje van A1-min ligt over het getal 16. Als je 16 punten scoort op de taaltoets, dan heb je dus niveau A1-min.

De eerste verzwaring die minister Vogelaar nu wil doorvoeren gaat ongeveer als volgt: de term A1-min en het aantal van 16 punten blijven bestaan. Maar je moet enkele vragen meer goed beantwoorden om aan die 16 punten te kunnen komen. Het is eigenlijk heel gek: je neemt dezelfde toets af, je rekent wat minder dingen goed, en je geeft dan hetzelfde cijfer. Deze verzwaring, en vooral de manier waarop die verzwaring wordt geregeld, is bizar. Er wordt als argument dan bij gezegd dat de eerdere indeling niet deugde en dat het allemaal niet goed was afgestemd. Met die visie zijn de oorspronkelijke makers (Cinop) het helemaal niet eens. De onderzoekers en contra-onderzoekers buitelen over elkaar heen.

Nu al die onderzoeken naar de meetbaarheid van het (lage) niveau elkaar opvolgen zonder eenduidige conclusie, vinden veel politici dat het allemaal te lang geduurd heeft.

Bij het Algemeen Overleg gisteren in de Tweede Kamer was alleen de SP van mening dat meer onderzoek naar de manier van meten nodig is. Alle anderen vonden dat zo snel mogelijk de lat hoger gelegd moet worden.

Minister Vogelaar vindt zelf dat ze het slachtoffer is van een wet die door haar voorgangster Verdonk is ingevoerd. Ze heeft er volgens eigen zeggen al heel wat grijze haren bij gekregen dankzij dit dossier. Ze vindt het hoogst onaangenaam dat de methode van meten niet blijkt te kloppen en dat er eigenlijk niet goed valt te meten op dit niveau. Volgens Vogelaar was dat niet te voorzien geweest. Daarmee gaat ze trouwens wel voorbij aan kritiek die vóór de invoering door wetenschappers al werd geuit. De buitelende onderzoekers buitelden ook al vóór 2006. Trouwens, mevrouw Verdonk heeft toen zij de wet voorbereidde en invoerde niet willen meewerken aan het vaststellen van een hogere norm dan A1-min. Zij voorzag grote weerstand en juridische problemen als de norm op A1 gesteld zou worden. Het was toen o.a. de Partij van de Arbeid (en mevrouw Vogelaar incluis) die op dat moment aandrong op het vaststellen van niveau A1!

Maar nu ziet Vogelaar wel een oplossing: als je niveau a1-min afschaft, en daarmee erkent dat dat niveau eigenlijk te laag is om goed te kunnen meten, dan kun je dezelfde toets ( de telefoontoets op de ambassade ) heel goed behouden. Je kunt dan beter niveau A1 als norm nemen. Je hoeft dan ook niet onaangenaam te sjoemelen met het examen zoals nu tijdelijk even gebeurt. (Handhaven A1-min niveau, 16 punten als slaaggrens, maar dan met het minder snel goedkeuren van sommige antwoorden).

Vogelaar zou graag zien dat niveau A1 wordt ingevoerd als toelatingsnorm. Het aantal punten dat dan gehaald moet worden bedraagt 26. Die score is moeilijker te behalen. Het heeft enorme consequenties voor hen die een MVV aanvragen, en Vogelaar bekende dat het juridische problemen zou kunnen opleveren. Ze dacht die te kunnen oplossen als er middelen worden vrijgemaakt die het mensen in verre landen mogelijk maakt om lessen te kunnen volgen om aan de nieuwe zware norm te kunnen voldoen. Je zou kunnen denken aan toegankelijke internet-lessen voor mensen die in een ver land zich moeten voorbereiden op het examen, of aan andere manieren van onderwijs.

Vogelaar wees erop dat volgens statistieken de wet inburgering buitenland wel het gewenste resultaat lijkt te hebben opgeleverd: aanzienlijk minder Turkse en Marokkaanse jongeren halen hun import-partners uit eigen land.

Het geld dat gemoeid zal zijn met het verplaatsen van het inburgeringstraject (namelijk het behalen van het niveau A1) kan natuurlijk bespaard worden op de huidige inburgeringscursussen zoals die nu in Nederland gegeven worden. Want een deel van de inburgering vindt dan immers in land van herkomst plaats, … dat scheelt natuurlijk een slok op een borrel … De mensen die in dit visioen nog naar Nederland komen hebben al een aardig niveau bereikt…

Vogelaar stelt dus twee dingen voor: op 15 maart 2008 een voorlopige, zij het wat rommelige, ongelukkige aanpassing van het A1-min niveau, zodat het examen een beetje moeilijker wordt… En ondertussen verder onderzoek met als uitkomst dat niveau A1 als norm voor het toelatingsexamen wordt ingevoerd. Het onderzoek dat dan nu eerst gedaan wordt, kan gebruikt worden om definitief het niveau A1-min naar de prullenbak te verwijzen en af te schaffen.

Volgens de meeste politici moet alles nu toch wel snel gebeuren, nog veel sneller dan mevrouw Vogelaar voorstelt.

Bij het Algemeen Overleg gisteren in de Tweede Kamer viel met name mevrouw Van Toorenburg (CDA) op. Zij bleef er keer op keer op hameren dat zij met de eerste aanpassing niet wilde wachten tot 15 maart. Zij wilde dat de wijziging onmiddellijk inging. Omdat zij hierop bleef hameren, stelde heer Kamp (VVD) voor om een plenair debat van de Tweede Kamer te beleggen. Kamp dacht natuurlijk, ik moet het ijzer smeden als het heet is … Komende week al komt dat debat. Ook de PVV (Fritsma, ex- IND-man) wilde heel graag een plenaire vergadering, want ja, als er lekker tegen de “ buitenlandse profiteurs” tekeer kan worden gegaan, dan zal de PVV daar graag aan meedoen. PVV stelde voor om niveau A2 te vragen van toekomstige immigranten, of liever een nog hoger niveau, namelijk Staatsexamen NT2 II. Dat is helemaal goedkoop, en eigenlijk bereik je daarmee ook het door de PVV gewenste doel, namelijk niemand er meer in …

Of mevrouw Van Toorenburg volgende week tijdens het debat zal volharden in haar wens om stante pede de verzwaring door te voeren, valt nog te bezien. Politiek is niet alles altijd te voorzien. Vogelaar dacht dat het misschien wel een beetje lastig kon worden om eerder gedane toezeggingen ( dat er tot 15 maart 2008 niets zou veranderen) overboord te zetten, maar ze zou het nog laten weten aan de vooravond van het debat…

Kamp wilde eigenlijk ook heel snel actie. Hij wil heel snel dat aspirant-immigranten een veel hoger niveau van inburgering zouden laten zien. Het hoefde van hem niet per se dat die immigranten Nederlands kenden, Engels mocht ook. Wel vond hij het nodig dat deze immigranten in woord en geschrift hun kwaliteiten konden laten zien. Welke niveau hij precies verwachtte ( Nederlands dan wel Engels) was onduidelijk. Maar het moest een veel hoger niveau zijn dan nu. Hij nodigde Vogelaar min of meer uit om aan te geven wat wenselijk zou zijn. Opmerkelijk was dus dat Kamp kennis van het Nederlands van ondergeschikt belang leek te vinden. Over de Kennis van de Nederlandse Samenleving wed trouwens al helemaal niet gesproken tijdens het algemeen overleg. Kamp zal in de tweede kamer de komende week wel van zich laten horen. Wat hij precies zal voorstellen is natuurlijk afhankelijk van de machinaties van hemzelf in combinatie met mevrouw Van Toorenburg.

De SP vond d at er nog steeds teveel vragen zijn blijven liggen bij de telefoontoets als middel überhaupt. Het instrument is volgens Jansen zo discutabel dat meer onderzoek afgewacht moet worden.

Minister Vogelaar werd door haar partijgenoot Depla vooral gesteund, maar hij had weinig toe te voegen dan het uitspreken van zijn vertrouwen: hij dacht dat de minister het wel goed zou afhandelen …

Andere politici waren niet aanwezig bij het Algemeen Overleg.

Volgende week is de meest waarschijnlijke uitkomst: A1-min wordt per 15 maart 2008 een beetje aangepast, met nattevingerwerk: enkele makkelijke taalopgaven die bijna iedereen goed heeft zullen niet meer meetellen bij het behalen van de noodzakelijke 16 punten. In de tweede plaats zal Vogelaar aan de Tweede Kamer middelen vragen ( geld) om faciliteiten te scheppen voor kandidaat-immigranten die zich in hun eigen land gaan voorbereiden op de taaltoets maar dan voor het veel moeilijkere niveau A1 (26 punten).

Wordt vervolgd.

donderdag 17 januari 2008

staatsexamen nt2 dan wel inburgeringscursus

Dit staat op de site van blik op werk, die het keurmerk verzorgt.

Alle vetgedrukte meldingen zijn de officiële formuleringen op de site over het keurmerk. Het commentaar van mij is minder vet gedrukt.

http://inburgeren.blikopwerk.nl/

Inburgeraars die zelf een inburgeringscursus moeten inkopen, kunnen hiervoor een lening aanvragen. De cursus moet dan wel worden ingekocht bij een opleidingsinstelling met het Keurmerk Inburgeren. Ook inburgeraars die door het behalen van het Staatsexamen NT2, programma I of II aan de inburgeringsplicht willen voldoen, kunnen een lening en vergoeding aanvragen. De cursus moet dan ook wel worden ingekocht bij een opleidingsinstelling met het Keurmerk Inburgeren.

Hoe onlogisch dit is, volgt uit de verdere beschrijving op deze site van het doel van het keurmerk.

1. Doel van het Keurmerk Inburgeren is kwaliteitsborging bij de aanbieders van inburgeringscursussen en transparantie van de markt, zodat de inburgeraar tijdens het keuzeproces en tijdens de voorbereiding op het examen een goede keus kan maken. En zodat hij de garantie heeft van een kwalitatief goede cursusaanbieder.

Hier wordt expliciet gesproken over aanbieders van inburgeringscursussen. Een instelling als Volksuniversiteiten of Technische Universiteit Delft, of andere universiteiten die over het algemeen goede nt2-opleidingen verzorgen ter voorbereiding op Staatsexamens, zouden buiten deze formuleringen vallen. Zij bieden immers geen inburgeringscursussen aan. Als zij al een keurmerk aangevraagd zouden hebben, is dat vast en zeker op oneigenlijke gronden gebeurd, namelijk om mogelijke cursisten die zich voorbereiden op het Staatsexamen NT2, niet van hun instellingen te weren. Van de TU Delft heb ik begrepen dat zij om deze reden inderdaad bezig zijn om dit kerumerk aan te vragen. Al met al wordt op deze manier de inburgeraar absoluut niet geholpen om een goede keus te maken bij het kiezen van een cursus. Zoals het nu is, lijkt het erop dat een inburgeraar die zich wil voorbereiden op het Staatsexamen NT2, moet zoeken naar een instelling die ook een heel ander product aanbiedt, te weten een inburgeringscursus, waarin hij helemaal niet in is geïnteresseerd. Alleen een NT2 cursus aan zo´n instelling levert hem de lening en vergoeding op van maximaal 3000 euro.

Verderop op de site staat het volgende:

2. U kunt aan het Keurmerk Inburgeren deelnemen als u:

  • een rechtspersoon bent
  • ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel
  • en in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf werkzaamheden verricht, gericht op het toeleiden van inburgeringsplichtigen naar het inburgeringsexamen.

Hieruit kun je nogmaals afleiden dat het eigenlijk niet toegestaan is om een keurmerk aan te vragen, als je de mensen die je toelaat op je cursus voorbereidt op iets anders dan het inburgeringsexamen. Zoals ik hierboven ook al beschreef. Nazoeken op de lijst van instellingen die al een keurmerk hebben levert op dat o.a. de Vrije Universiteit en de Volksuniversiteit in Haarlem daar wel op staan. Uit de beschrijving van het feitelijke aanbod van deze twee taalaanbieders blijkt vervolgens dat zij geen inburgeringscursussen aanbieden. Kennelijk is het keurmerk aan deze instellingen onterecht verleend. Bij de toekenning van het keurmerk is de procedure als volgt: de instelling vraagt het aan, het wordt zonder slag of stoot verleend, zonder controle vooraf, en in de toekomst (…..) zal via een audit ooit gecontroleerd gaan worden of dit terecht is geweest …..

Dit klopt niet.

zondag 6 januari 2008

moderne bevolkingspolitiek

Moderne bevolkingspolitiek

Op 30 januari 2008 wordt volgens planning de formele beslissing genomen om het toelatingsexamen voor immigranten van buiten de EU moeilijker te maken. Onderzoek heeft aangetoond dat “te weinig” kandidaten zakken. De instroom van nieuwkomers wordt volgens de politiek niet in die mate tegengehouden als verwacht werd.

Het toelatingsexamen ( basisexamen inburgering) bestaat uit twee onderdelen: een taaltoets (Toets Gesproken Nederlands) en een toets over Nederlandse wetenswaardigheden (Toets Kennis over de Nederlandse Samenleving). Voor beide onderdelen moet de kandidaat-immigrant slagen, pas dan kan hij of zij verdergaan in de procedure voor een permanente verblijfsvergunning.

Sinds de invoering van het examen in maart 2006 zakt minder dan tien procent van de deelnemers voor het huidige examen. Om dat percentage zakkers te verhogen, stelt de minister nu voor om de taaltoets (TGN) moeilijker te maken. Kandidaten moeten meer punten scoren voor hetzelfde resultaat. Ze moeten op dezelfde vragen dus betere kennis van het Nederlands kunnen aantonen dan het geval was. De beoordeling van de TGN wordt aangepast. Opmerkelijk is dat wel de beoordeling van de TGN wordt aangepast, maar dat over de KNS niets wordt gezegd.

Het zou erg makkelijk zijn om de normering van de KNS aan te passen. Nu moeten kandidaten 21 van 30 vragen goed beantwoorden. Waarom geen 22 of 23 of 24? Met een simpele rekensom zou je dan met het grootste gemak kunnen bepalen hoeveel procent van de kandidaten je zou laten zakken. Je zou dan “heel precies”(?) kunnen reguleren hoeveel immigranten die zich melden aan de poorten van de ambassades er wel of niet doorgelaten mogen worden. Bij het ophogen van de normering voor de KNS zou per extra goedbeantwoorde vraag het aantal immigranten meetbaar veranderen. Om fraude die na verloop van tijd zou kunnen ontstaan te voorkomen zouden per half jaar, ik noem maar wat, de databank van weetjes over Nederland kunnen worden aangepast. Over de aard en inhoud van de huidige vragen en antwoorden van deze KNS spreek ik hier maar niet. In de huidige databank zitten 100 vragen, maar het moet niet moeilijk zijn om eens per zes maanden nog eens een vergelijkbaar product te realiseren. Politici die denken dat de immigrantenstroom met doordacht beleid kan worden gereguleerd zouden zich heel wat werk kunnen besparen als zij dus de KNS-normering zouden aanpassen. Maar ze lijken niet te willen kiezen voor de makkelijke weg.

Nee, niet de normering van de KNS wordt aangepast. Wel de normering van de TGN. En dat heeft heel wat voeten in de aarde. Voorlopig is er nog geen overeenstemming tussen de wetenschappers en onderzoekers over hoe zij dit varkentje zullen wassen. Wel vreemd is het dat de minister dan maar “for the time being” een noodmaatregel heeft bedacht: reken bijvoorbeeld gewoon wat minder punten voor de eerste goede antwoorden die een kandidaat geeft bij de taaltoets en dan zullen we ook wel “wat” minder geslaagde kandidaten krijgen. Weliswaar riekt dit naar nattevingerwerk, maar ja … nood breekt wet. Er bestaat een “target” van 25%: het zou wenselijk zijn als er 25% van de kandidaten zou zakken.

In de Verantwoording ( een wetenschappelijke onderbouwing van de TGN) meldt het CINOP, dat de TGN heeft ontwikkeld en helpt uitvoeren, dat men vermoedt dat ongeveer 20% van de kandidaat-immigranten zou kunnen zakken voor de TGN. Maar, zo valt verder te lezen, dat percentage zou ook veel lager kunnen uitvallen, omdat mensen zich misschien pas na grondige voorbereiding op het examen, zullen opgeven. Het examen kost geld, een eventuele cursus kost geld, dus ja, inderdaad, een kandidaat zal zich niet onvoorbereid melden bij de ambassade en daarom zou dat percentage lager kunnen uitvallen. Ook zou het percentage veel lager kunnen uitvallen omdat bijvoorbeeld analfabeten of zwakbegaafden sowieso niet zullen deelnemen aan het examen, omdat zij ondanks mogelijk grondige voorbereiding niet de moed zullen hebben om zich te melden bij de ambassade voor een examen. Het CINOP heeft weliswaar beweerd dat de TGN ook door analfabeten gemaakt kan worden, maar die bewering is vanaf het begin in twijfel getrokken door deskundigen. Als deze groep dus niet meer de moeite neemt om deel te nemen aan het examen uit angst voor of onbekendheid met examendoen in het algemeen, zal ook daarom het percentage zakkers voor het huidige toelatingsexamen lager zijn dan oorspronkelijk geraamd door het CINOP. Nog een andere reden waarom het percentage zakkers lager kan zijn dan door het CINOP destijds verwacht, is dat mensen die denken dat zij zouden kunnen zakken, om die reden kiezen voor de België-route.

Het CINOP heeft zich in de Verantwoording erg op de vlakte gehouden over mogelijke immigratie-effecten van de TGN. (Het CINOP schrijft trouwens niet dat men vermoedt dat het percentage hoger dan 20% kou kunnen uitvallen.) Maar men lijkt dus achteraf wel gelijk te hebben gekregen met het vermoeden dat invoering van het examen heeft geleid tot voorbereiding op het toelatingsexamen door de kandidaat-immigranten.

Het CINOP heeft jarenlang onderzoek gedaan voordat de TGN in de huidige vorm tot stand is gekomen. Het CINOP lijkt ook de partij te zijn die dwarsligt bij het veranderen van de huidige normering. Men heeft ooit een Verantwoording geschreven bij de TGN en daarin staat precies beschreven waarom de TGN die tot op heden werd afgenomen, inclusief de huidige normering, betrouwbaar is. Als op gezag van de minister nu aan de goede antwoorden geprutst gaat worden, zo zal de redenering van CINOP zijn, verliezen de Verantwoording en het examen, hun geldigheid.

Het sleutelen aan de normering van de TGN is als het trekken aan een kaart in een kaartenhuis. Er zullen heel wat mensen blij zijn als dat kaartenhuis gaat doen wat het meestal doet: inzakken…

Sleutelen aan de normering van de KNS zou stukken makkelijker zijn.

Je zou natuurlijk ook kunnen voorstellen dat je alle niet-westerse kandidaat-immigranten met blauwe ogen aan de grens zou tegenhouden. Je zou na verloop van tijd kunnen uitrekenen of die maatregel uiteindelijk zou leiden tot het tegenhouden van 25% van de potentiële immigranten.

Het basisexamen inburgering is bedacht om de instroom van sommige groepen immigranten , met name kansarmen, analfabeten, te beperken. Of dat doel op den duur bereikt wordt is de vraag. Of dat wenselijk is ook de vraag. Wie weet welke behoefte de arbeidsmarkt volgend jaar heeft? Met hetzelfde gemak laten we dit hele gedoe met het basisexamen wel weer schieten als we in Nederland denken dat we goedkope gastarbeiders nodig hebben. Moreel en politiek is het laatste verhaal echter niet zo goed te verkopen …