Het gaat op dit moment niet goed met de inburgeringscursussen in Nederland. De klassen zijn leeg, docenten worden ontslagen. Het vreemde is dat er juist ook nu honderden miljoenen euro's op de plank liggen om die inburgeringscursussen te verzorgen. Er is dus geen gebrek aan geld en er lopen veel docenten rond die zelfs op basis van slechte, tijdelijke, freelance arbeidsvoorwaarden aan de slag zouden willen. Maar ja, zonder leerlingen is het moeilijk lesgeven.
Deze week, op 3 december, was er een manifestatie in Rotterdam, georganiseerd door minister Vogelaar. Daar luidde de algemene toon: ja, is helemaal waar, het gaat niet goed nu, maar vanaf vandaag gaat het allemaal beter worden.
De achterliggende gedachte is dat veel mensen (250.000-500.000) een inburgeringsachterstand hebben. Dat zijn voor het grootste deel mensen die de afgelopen jaren in Nederland zijn komen wonen. Bedoeld worden met name niet-westerse volwassen immigranten. Daarnaast blijft de instroom van nieuwkomers doorgaan, zodat ook dezen een achterstand kunnen oplopen als hen niet snel een cursus wordt aangeboden. Ook in dat geval wordt traditioneel meestal gedacht aan niet-westerse immigranten, maar er wordt ondertussen steeds vaker gefluisterd dat ook de nieuwe immigranten uit Oost-Europa in aanmerking zouden moeten kunnen komen voor een (verplichte) inburgeringscursus. Kortom aan mogelijke cursisten geen gebrek, niet nu en ook niet in de toekomst.
Er is dus heel wat mis met al die miljoenen die ergens liggen te wachten om uitgegeven te worden. Ergens hapert er kennelijk iets in de bureaucratische molen. Het zal tezijnertijd wel leiden tot een parlementaire enquete. Want hoe kan dat nu? En waar blijft al dat geld?
Op de manifestatie waren vooral veel gemeentelijke en landelijke ambtenaren aanwezig, bestuurders en bureaucraten. Daarnaast waren er veel vertegenwoordigers van reïntegrateiebedrijven en andere instituten die inburgeringscursussen (willen) ontwikkelen dan wel aanbieden. Het wemelt inmiddels van de inburgeringsbedrijfjes. Ze staan te popelen om de klaarliggende miljoenen te incasseren in ruil voor de te leveren diensten. Maar als de inburgeringsgelden niet binnen afzienbare termijn werkelijk worden gespendeerd, lopen deze bedrijven gevaar dat zij hun gedane investeringen als weggegooid geld zullen moeten afboeken en zich met ander werk moeten gaan bezighouden.
Tot voor kort (zomer 2007) werden inburgeringscursussen op basis van een monopoliepositie georganiseerd door regionale opleidingscentra (ROC's), bijna alle inburgeringsgelden vonden daarheen hun weg. Maar ook de ROC's krijgen nu nauwelijks leerlingen binnen hun muren: er worden docenten ontslagen. De afgelopen twee jaren zijn al op grote schaal NT2-docenten gedwongen overgeplaatst naar andere ROC-afdelingen.
De enigen die tot op heden lijken te profiteren van de enorme geldstromen zijn de ambtenaren die de registratie van de honderdduizenden mogelijke cursisten verzorgen. Daar wordt veel tijd aan besteed. De inburgeringsplichtigen worden opgeroepen, moeten een liefst zo uitgebreid mogelijk intakegesprek voeren en zouden vervolgens in een schoolbank terecht moeten komen. En daar gaat het fout.
Zou het kunnen zijn dat al die cursisten er gewoon geen zin in hebben? Ja, dat kan. Het klinkt niet erg aardig, het is geen sociaal wenselijk antwoord, maar ik denk dat dit heel goed mogelijk is.
Al die ambtenaren kunnen het zich vast niet goed voorstellen, maar de meeste kandidaten voor deze cursussen zijn gewone mensen die zich liever niet zo stipt de wet laten voorschrijven. Mensen die liever hun eigen verantwoordelijkheid bewaren, mensen die hun gezonde buik vol hebben van de ongebreidelde bemoeizucht van een betuttelende overheid: inburgeren, hoezo....
Mensen willen misschien meedoen, zij het op hun eigen manier. In wezen komt iedereen naar Nederland omdat het hier beter is dan waar men vandaan gekomen is... En als je iets wilt bereiken, vereist dat een bepaalde vorm van meedoen.
Dat immigranten de taal moeten beheersen als zij in Nederland iets willen bereiken, daarvan is eigenlijk iedereen doordrongen. Ik ben deze categorie van immigranten tegengekomen vanaf 1974, toen ik mijn eerste lessen Nederlands gaf aan gastarbeiders. En dat ene besef leefde bij iedereen zonder uitzondering. Toen en nu. Gelukkig zijn de leermiddelen erg verbeterd.
Maar om bij een inburgeringsexamen vragen voorgeschoteld te krijgen als: is homoseksualiteit strafbaar? of hoe lang duurde de oorlog tegen Spanje? ... dat schiet helemaal in het verkeerde keelgat. Je kunt immigranten wel een taalcursus aanbieden, maar naar de rest heeft nooit iemand gevraagd.
De vraag blijft nog even liggen: waarom blijven die lokalen leeg?
Het is echt te simpel om de bureaucratie de schuld te geven, of Verdonk, of Vogelaar.
Het was te voorzien dat de invoering van een nieuwe wet inburgering, gepaard aan de nieuwe verplichting om te slagen voor een examen, moeilijkheden met zich mee zou brengen. Maar dat het gevolg zou zijn dat met onmiddellijke ingang de lokalen leeg zouden blijven had niemand voorzien.
De gemeenten beschikken kennelijk niet over de middelen om de door hen gesorteerde kandidaten voor de inburgeringscursussen ook werkelijk fysiek de klas in te krijgen.
Waarschijnlijk gaat het om een groep waarvan velen werken, zij het niet altijd helemaal legaal. Van degenen die niet werken zijn er vervolgens velen moeder met kind(eren), voor wie door de meeste aanbieders van inburgeringscursussen geen kinderopvang wordt gerealiseerd. Of er zijn zieken, ouderen, of mensen die om andere redenen op dit moment verhinderd zijn om op de geenste uren in de schoolbanken te verschijnen. Je zou kunnen zeggen dat die redenen niet helemaal geldig zijn, want nogal vergezocht: als je werkelijk iets zou willen, dan vind je immers vast en zeker een oplossing.
Dus er moet nog een reden zijn.
Inburgeringsplichtigen hebben drie en half jaar de tijd om het examen te halen. In de praktijk is daarvan eigenlijk het eerste jaar nu bijna verstreken. (zonder veel resultaat). De meeste inburgeringsplichtigen wachten nu af. Als zij zouden zakken voor het inburgeringsexamen ( en dat is voor meer dan de helft van de kandidaten een reële optie), bestaat de kans dat de cursuskosten verhaald worden. Nou, gekke henkie, denken deze inburgeringsplichtigen dan natuurlijk: ik probeer voorlopig wel onder dat examen uit te komen, want als ik zak, en die kans is groot, dan moet ik misschien enkele duizenden euro's betalen. De inburgeringsplichtigen reageren dus erg menselijk. Het is natuurlijk niet zeker of zij het cursusgeld in werkelijkheid zullen moeten betalen (je kunt bijvoorbeeld van een kale kip weinig plukken), maar volgens de huidige formuleringen komt het erop neer, dat de gemeenten de eventuele kosten KUNNEN verhalen op zakkende inburgeraars. Deze onduidelijkheid stimuleert natuurlijk niet echt...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten